Op 19 april 2026 werd voor het eerst in de geschiedenis fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie (LCP-O) door het kabinet-Jetten in werking gesteld. Van een acuut tekort aan benzine of diesel is nog geen sprake, maar achter de schermen draait de crisisstructuur op volle toeren. In dit artikel lees je waarom dit plan bestaat, welke maatregelen er in de la liggen en welke ingrepen Nederland in het verleden al inzette bij een olieschok, van de autoloze zondag tot benzinebonnen.
Wat is het Landelijk Crisisplan Olie?
Het Landelijk Crisisplan Olie is het officiële draaiboek van de Rijksoverheid voor het geval dat de aanvoer van ruwe olie, benzine, diesel of kerosine in gevaar komt. Het plan is opgesteld door een projectgroep met vertegenwoordigers van onder meer de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat, Justitie en Veiligheid, Landbouw, en de veiligheidsregio’s, ondersteund door experts van COVA en Berenschot Overheid. Het LCP-O werd op 13 december 2022 vastgesteld en in februari 2023 openbaar aan de Tweede Kamer aangeboden.
Het plan richt zich nadrukkelijk op beleid en bestuur, niet op operationele details. Doel: samenhang, snelheid en duidelijkheid brengen in de besluitvorming wanneer een brandstofcrisis Nederlandse huishoudens en bedrijven raakt.
Waarom is het Landelijk Crisisplan Olie opgesteld?
De aanleiding voor het crisisplan ligt in de geopolitieke onrust van de afgelopen jaren. Het crisisplan olie werd opgesteld na de Russische inval in Oekraïne, die de olie- en gasmarkt flink ontregelde Nieuwe Oogst. De huidige activering komt voort uit het conflict tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran, waarbij de Straat van Hormuz, een zeestraat die goed is voor ongeveer een vijfde van het wereldwijde olietransport, grotendeels is geblokkeerd.
Nederland is kwetsbaar én sterk tegelijk. Onze raffinaderijen in Rotterdam verwerken grote hoeveelheden ruwe olie en we zijn de enige netto-exporteur van diesel in Europa. Juist die internationale positie maakt ons afhankelijk van aanvoer over zee. Als die stokt, raakt dat ons transport, onze logistiek, de voedselketen en uiteindelijk ook ziekenhuizen en hulpdiensten.
Strategische olievoorraad: het vangnet van COVA
Nederland moet volgens afspraken van de EU en het Internationaal Energieagentschap minimaal 90 dagen netto-importen aan olie op voorraad houden, of 61 dagen binnenlands verbruik, afhankelijk van welk getal hoger uitvalt Houdbaarheid. Die voorraad wordt beheerd door COVA en ligt opgeslagen in onder meer zoutcavernes in Friesland en Groningen en in tanks bij Amsterdam en Rotterdam. Sinds maart 2026 is al een deel van deze voorraad vrijgegeven om prijsstijgingen te dempen.
De vier fases van het Landelijk Crisisplan Olie
Het LCP-O werkt met een fasenmodel. Hoe hoger de fase, hoe ingrijpender de mogelijke maatregelen.
Fase 1: alerteringsfase
De huidige fase. Dit betekent actieve monitoring, nauwgezette communicatie met bedrijven en samenleving en het voorbereiden van maatregelen voor deze en volgende fasen Rijksoverheid. Voor de gewone consument verandert er in deze fase nog niets aan de pomp.
Fase 2: verhoogde paraatheid
De crisisstructuur wordt verder opgeschaald. Overheid en sectoren stemmen intensiever af, communicatie met het publiek wordt nadrukkelijker en vrijwillige besparingsmaatregelen kunnen worden aangekondigd.
Fase 3: crisisfase
De markt slaagt er niet meer zelf in om vraag en aanbod in evenwicht te brengen. Dwingende maatregelen komen in beeld, van snelheidsverlagingen tot uitbreiding van milieuzones en beperkingen voor specifieke sectoren.
Fase 4: noodsituatie
De zwaarste fase. Nationale veiligheid en maatschappelijke continuïteit staan op het spel. In deze fase worden prioriteiten rigoureus bewaakt: hulpdiensten, defensie, de voedselketen en medicijnenvervoer gaan vóór alles.
Welke maatregelen kan de overheid nemen bij een oliecrisis?
Het Landelijk Crisisplan Olie bevat een brede gereedschapskist. De meeste maatregelen zijn bedoeld om vraag af te remmen of aanbod slimmer te verdelen.
Mogelijke maatregelen die op tafel liggen:
- Verlaging van de maximumsnelheid naar 100 of zelfs 80 kilometer per uur op snelwegen.
- Terugkeer van de autoloze zondag, zoals Nederland in 1973 en 1974 kende.
- Rantsoenering van benzine en diesel via een bonnenstelsel of pasjessysteem.
- Een verplichte thuiswerkdag voor kantoorbanen, in lijn met advies van de Europese Commissie.
- Een verbod op bezorgdiensten die op diesel rijden, zodat consumenten zelf naar het restaurant moeten in plaats van een brommer te laten komen.
- Uitbreiding van milieuzones, met een verbod op dieselpersonenauto’s in stadscentra.
- Hogere bijmengverplichting voor biobrandstoffen zoals HVO, SAF en FAME.
- Tijdelijk opschorten van cabotageregels voor flexibele inzet van buitenlands wegtransport.
- Een exportverbod voor fossiele brandstoffen.
- Een productieverbod voor industrieën met zeer hoog brandstofverbruik, mogelijk via de Wet beschikbaarheid goederen uit 1952.
- Het verder aanspreken van strategische olievoorraden via COVA en het IEA.
Niet elke maatregel komt er automatisch. Het kabinet wil de druk op huishoudens en bedrijven zo lang mogelijk beperkt houden en kiest bewust voor gefaseerde opschaling.
Top 5 historische oliemaatregelen in Nederland
Nederland kent meer oliecrises dan veel mensen beseffen. Een korte rangschikking van de meest beeldbepalende maatregelen uit de afgelopen decennia.
1. De autoloze zondagen van 1973 en 1974
De bekendste maatregel uit onze geschiedenis. Door de oliecrisis van 1973 waren er 10 autoloze zondagen in Nederland van 10 november 1973 tot en met 6 januari 1974 Universiteit Utrecht. Lege snelwegen, rolschaatsende kinderen op kruispunten en fietsers op de A4 bij Schiphol werden het symbool van een tijdperk waarin premier Den Uyl stelde dat het “nooit meer zou worden zoals het geweest is”.
2. Benzine op de bon in 1973
Tegelijk met de autoloze zondag werd de benzine gerantsoeneerd. Autobezitters kregen benzinebonnen die ze bij het tanken moesten inleveren, en er ontwikkelde zich direct een hamsterwoede die op plekken tot gevaarlijke situaties leidde Wikipedia. Voor veel Nederlanders uit die tijd is de gele bon een levend geheugen.
3. De vergeten autoloze zondagen van 1939 en 1956
Weinig mensen weten dat de autoloze zondag geen uitvinding van 1973 was. De eerste autoloze zondag in Nederland vond al in 1939 plaats, van 1 oktober tot 12 november, vanwege het olietekort in Duitsland. Van november 1956 tot januari 1957 volgde, door de Suezcrisis, opnieuw een verbod op autorijden gedurende negen achtereenvolgende zondagen Historiek. Een maatregel met een lange historische lijn dus.
4. Verlaging van de maximumsnelheid
Na de oliecrisis van 1973 verlaagden westerse overheden stelselmatig de maximumsnelheid om brandstof te besparen. Ook nu ligt deze optie weer op tafel. Volgens ING-econoom Rico Luman levert een verlaging naar 100 of 80 kilometer per uur veel meer besparing op dan symboolmaatregelen als een bezorgverbod. De uitstoot en het brandstofverbruik dalen substantieel, zonder dat de economie stil komt te liggen.
5. Oprichting IEA en opbouw strategische olievoorraad
Misschien wel de belangrijkste structurele maatregel na 1973. Westerse landen richtten het Internationaal Energieagentschap (IEA) op en legden verplichte olievoorraden aan om nooit meer zo kwetsbaar te zijn. In maart 2026 werd 20% van de Nederlandse strategische voorraad vrijgegeven, samen met meer dan dertig andere IEA-landen, om de wereldmarktprijzen te dempen Houdbaarheid. Zonder deze buffer zouden de prijzen aan de pomp inmiddels nog veel hoger zijn.
Veelgestelde vragen over het Landelijk Crisisplan Olie
Wat betekent fase 1 van het crisisplan olie voor mij als consument?
In fase 1 merken huishoudens niets aan concrete beperkingen. De overheid bereidt zich voor, monitort voorraden en stemt af met sectoren. Wel kunnen de brandstofprijzen hoog blijven zolang de internationale onrust voortduurt.
Komen de autoloze zondagen terug?
Niet op korte termijn. De autoloze zondag staat op de lijst met mogelijke maatregelen voor een zwaardere fase, maar economen verwachten dat het kabinet eerder inzet op een lagere maximumsnelheid en thuiswerken. Die maatregelen leveren een grotere brandstofbesparing op met minder maatschappelijke hinder.
Waarom is de Straat van Hormuz zo belangrijk?
Deze zeestraat tussen Iran en Oman is slechts 33 kilometer breed en verwerkt ongeveer 20 procent van alle wereldwijde olietransporten. Een blokkade raakt direct de aanvoer naar Europa en daarmee ook de Nederlandse pompprijzen.
Loopt Nederland binnenkort zonder diesel?
Nee, niet op korte termijn. Nederland en de EU beschikken over strategische voorraden en Europese productiecapaciteit. Bij een gelijkblijvende verstoring is er vraag voor meerdere maanden tot ruim een jaar gedekt. Wel kunnen prijzen stijgen en specifieke producten zoals kerosine eerder krap worden.
Wie krijgt voorrang bij een echt dieseltekort?
De prioriteitsvolgorde is helder: hulpdiensten, defensie, de voedselketen en medicijnentransport staan bovenaan. Daarna komen onderhoud van vitale infrastructuur en openbaar vervoer. Gewone automobilisten en niet-essentieel transport komen als laatste.
Kan de overheid mijn tankgedrag beperken?
In de zwaarste fase kan het kabinet beperkingen opleggen aan het brandstofgebruik door burgers en bedrijven. Denk aan rantsoenering, uitbreiding van milieuzones of een exportverbod. Zover is het nu nog niet.
Wat kan ik zelf doen om brandstof te besparen?
Rustiger rijden, bandenspanning op peil houden, ritten combineren, vaker de fiets of het ov pakken en thuiswerken waar het kan. Kleine keuzes die samen wel degelijk effect hebben, zeker als veel mensen tegelijk meedoen.
voorbereid, maar niet in paniek
Het Landelijk Crisisplan Olie laat zien dat Nederland geleerd heeft van eerdere oliecrises. Waar in 1973 improvisatie nodig was, ligt er nu een doordacht draaiboek met vier fases, duidelijke prioriteiten en een brede gereedschapskist. Van autoloze zondagen tot thuiswerkverplichtingen, de opties zijn in kaart gebracht. De belangrijkste les uit het verleden blijft echter onveranderd: onze welvaart is nauw verbonden met de beschikbaarheid van olie, en voorbereiding is goedkoper dan genezing.
